Aidsvoorlichting aan asielzoekers. Onderzoek naar de determinanten van risicogedrag ten aanzien van HIV/AIDS bij Angolese, Sierraleoonse en Russisch-sprekende asielzoekers | Onderzoek

Aidsvoorlichting aan asielzoekers

In dit onderzoek wordt het kennisniveau op vlak van seksuele gezondheid bij Russische, Angolese en Sierraleoonse asielzoekers in Nederland onderzocht. Om daarna te kunnen vaststellen hoe goed aidsvoorlichtingsmateriaal er voor deze groep uitziet.

Daarnaast werd gepolst naar:

  • houdingen, subjectiviteit en eigen effectiviteit ten opzichte van het voorkomen van hiv/aids
  • hoe bepaalde culturele Afrikaanse overtuigingen een rol kunnen spelen in het seksuele gedrag van de proefpersonen
  • in hoeverre bovengenoemde overtuigingen louter Afrikaans zijn maar ook voor kunnen komen onder andere culturele groepen
  • hoe man-vrouw verhoudingen van belang zijn en hoe men aankijkt tegen de manier waarop Nederlandse mannen en vrouwen met elkaar omgaan

Een greep uit de conclusies:

  • Kennis over hiv-besmetting:

    • De ondervraagde asielzoekers bleken te weinig, maar vooral ook foutieve kennis te hebben over de manieren waarop HIV overgedragen wordt.
    • De Russisch-sprekende respondenten gaven blijk van een iets betere kennis dan de Afrikaanse, maar toch nog onvoldoende.
  • Houdingen, subjectieve normen en eigen-effectiviteit:

    • Het lijkt erop dat de respondenten opvattingen hebben die het gebruik van condooms in de weg kunnen staan. Men vindt dat condooms gebruikt dienen te worden bij prostitueebezoek, bij mensen met wisselende seksuele contacten maar niet in vaste relaties
    • De helft van de Afrikanen en een derde van de Russisch-sprekenden vond het niet gepast om met de partner open over seks te praten. Dit maakt het lastiger om te beginnen over het gebruik van condooms.
    • De respondenten bleken bang om aids te krijgen en hadden soms een enigszins fatalistische houding ten opzichte van het oplopen van de ziekte. Vermoedelijk achtten ze zich beter in staat zich te beschermen tegen aids, dan ze werkelijk kunnen, gezien het lage kennisniveau.
  • ‘Afrikaanse’ en ‘Russische’ overtuigingen:

    • Het belang van kinderen hebben is groot. Bij de Russisch- sprekenden nog meer dan de Afrikaanse respondenten.
    • De helft van de Afrikaanse en Russisch-sprekende respondenten vond dat sperma goed is voor de gezondheid van de vrouw. Heel wat Afrikanen en iets minder Russisch-sprekenden dachten bovendien dat sperma goed is voor de groei van de foetus.
    • De meerderheid van de Afrikaanse respondenten gaf aan in geval van ziekte naar een westerse arts te gaan en niet naar een traditionele dokter.
    • Bovenstaande overtuigingen bleken niet afhankelijk te zijn van kennis of opleidingsniveau.
  • Man-vrouw-verhouding:

    • De helft van de Afrikanen en een derde van de Russisch-sprekenden vond dat het initiatief voor seks bij de man ligt. De man is de leider binnen een relatie, de vrouw de afhankelijke en kuise. Dat maakt het voor vrouwen moeilijker om te beginnen over condoomgebruik.

Aanbevelingen:

  • Besteed als voorlichter ook aandacht aan manieren waarop HIV/Aids niet doorgegeven wordt;
  • Besteed aandacht aan het feit dat HIV ook via onbeschermde orale seks, tijdens de bevalling en via borstvoeding kan worden overgedragen;
  • Houd rekening met de aanwezigheid van het idee dat condooms niet passen in een vaste relatie, maar geassocieerd worden met promiscuïteit, prostitutie en ontrouw;
  • Houd rekening met de mogelijkheid dat sociale druk een rol kan spelen bij de beslissing al dan niet een condoom te gebruiken;
  • Probeer de eigen-effectiviteit (de inschatting van een persoon dat hij/zij in staat is het gewenste gedrag te vertonen) te vergroten;
  • Benadruk het feit dat het krijgen van gezonde kinderen mogelijk is, ook al is er sprake van een hiv-besmetting;
  • Houd rekening met de aanwezigheid van overtuigingen zoals het idee dat het sperma van de man goed is voor de groei van de foetus en de gezondheid van de vrouw;
  • Tracht houdingen en overtuigingen die het gebruik van condooms in de weg staan niet zonder meer verwerpen. Integreer ze in je teksten, door bijvoorbeeld het hebben van één sekspartner te promoten;
  • Besteed aandacht aan de verschillende machtsposities van mannen en vrouwen in relaties;
  • Heb aandacht voor de manier waarop in Nederland over seks en relaties wordt gedacht en  hoe dit verschilt van de manier waarop vele asielzoekers daarover denken.

Wie heeft het geschreven?

Cathalijne Rodenburg, in het kader van haar opleiding Bedrijfscommunicatie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Lezen?

Klik hier en lees het onderzoek Aidsvoorlichting aan asielzoekers.