De teloorgang van thouiza? Een verkenning van de oplossingsstrategieën van personen van buitenlandse herkomst in armoede | Onderzoek

Dit onderzoek beschrijft de manier waarop personen van buitenlandse herkomst armoede ondergaan en creatief proberen op te lossen. Ook de drempels die zij ervaren om aan de samenleving deel te nemen, worden beschreven.

Traditioneel lossen gezinnen van Marokkaanse of Turkse origine in Antwerpen veel zelf op of steunen ze op familie. Door het toegenomen armoederisico van de laatste jaren, zorgen gezinsleden eerst voor zichzelf en zijn de strategieën om armoede op te lossen verschoven.

Naast een beschrijving van deze nieuwe strategieën, bevat dit rapport een overzicht van uitdagingen en aanbevelingen voor het beleid.

Enkele belangrijke conclusies:

• Groepen van personen van buitenlandse herkomst (zowel nieuw- als oudkomers) zijn heel divers. Daarom is een aanpak op maat nodig, met aandacht voor specifieke groepen.

• De kennis van het Nederlands is één van de meest besproken drempels naar een optimale dienst- en hulpverlening. In ons huidige beleid is de kennis van het Nederlands immers een voorwaarde om op sommige diensten en rechten beroep te kunnen doen, wat vaak uitsluiting met zich meebrengt. Bovendien zijn er een aantal factoren die de kansen om Nederlands te leren in de weg staan: bijvoorbeeld het opleidingsniveau en de taalvaardigheden, maar ook lange wachtlijsten en te weinig oefenkansen.

• Hulpverleners moeten specifieke aandacht hebben voor de diversiteit van groepen met een migratieachtergrond en moeten hen gericht doorverwijzen naar organisaties en diensten die een antwoord kunnen bieden op de gestelde hulpvragen.

• Er zijn noden waarvoor te weinig aanbod bestaat in het sociale en welzijnsbeleid, zoals bijvoorbeeld Nederlandse lessen en oefenplaatsen, kinderopvang, laagdrempelige diensten waar men terecht kan voor eenvoudige administratieve hulp. Bovendien moet men aandacht besteden aan de vlotte bereikbaarheid van de diensten of organisaties. Ook de discriminatie o.b.v. afkomst, beheersing van het Nederlands, huidskleur of religieuze kenmerken blijkt nog vaak een drempel te zijn.

Etnisch-culturele verenigingen kunnen mogelijk een rol spelen in armoedebestrijding en in de doorverwijzing naar welzijnsorganisaties en naar publieke organisaties en diensten. Verder onderzoek moet uitwijzen welke rol zij op zich kunnen nemen.

• Bij personen met een migratieachtergrond hangt een groot taboe rond hun armoedesituatie en zij trachten deze verborgen te houden. Dit maakt dat zij aarzelen om buitenshuis hulp te vragen en dat de spanning binnen families toeneemt. Het is daarom belangrijk om vindplaatsgericht en proactief te werken.

Verder onderzoek naar de leefwereld van personen van etnisch-culturele minderheden in armoede is nodig. Alleen zo kan men op een systematische wijze de kwaliteit van beleidsinitiatieven verhogen.

Wie voerde het onderzoek uit?

Dit is een onderzoeksproject van de onderzoeksgroep OASeS van de Universiteit Antwerpen, met steun van de provincie Antwerpen.

Lezen?

Het hele rapport kan je lezen via volgende link.