Blog

Beschermjassen

Op 23-jarige leeftijd begon ik te werken met niet begeleide minderjarige vluchtelingen. Het was de job waarvan ik droomde. In mijn tienerjaren was ik begeesterd door andere culturen. Diversiteit was de rode draad in opdrachten, keuzevakken, stages, eindwerken,…. Ik wist toen niet dat de echte leerschool pas ging beginnen. 

Met vallen en opstaan vond ik een manier om met vluchtelingen te werken. Hoe? Door mezelf te blijven, soms kwetsbaar te zijn maar vooral door mens te zijn. Ik moest boksen tegen vastgeroeste visies die vooral uitgaan van ‘het is de verantwoordelijkheid van de cliënt’. Terwijl ik een hulpverlener wil zijn die deze verantwoordelijkheid mee mogelijk wil maken. Tijdens mijn contextuele therapie opleiding leerde ik het model beschermjassen van Kitlyn Tjin A Djie (www.beschermjassen.nl) kennen. Dit model gaf me bruikbare handvatten om dit waar te maken. 

Het begin van alles is stilstaan bij jezelf als hulpverlener. Wie ben ik? Welke bagage draag ik mee? Welke familieverhalen zijn er in de verschillende generaties? Wat is mijn familieziel? Ik kom uit een familie van hardwerkende zelfstandigen. Eén van de favoriete uitspraken van mijn grootvader was: ‘Waarom wandelen als je kan lopen?’ Hard werken op school en succes hebben in je loopbaan kregen we met de paplepel ingegeven. Elke familie heeft zo zijn heilige huisjes. Op zoek gaan naar welke leuzen of zegwijzen er zijn in je familie helpt om te begrijpen wie je bent geworden.  Bewust zijn door welke bril je hebt leren kijken, kan er ook voor zorgen dat je de bril kan afzetten als je mensen ontmoet die niet zo denken als jij, die andere waarden en normen hebben geleerd.

Naast het kennen van je eigen familieverhaal is het belangrijk stil te staan bij je witte privileges en de culturele bagage van je land. Welke impact heeft onder andere de oorlog in jouw familie nagelaten? 

Tien jaar werkte ik op het OCMW met niet begeleide minderjarige vluchtelingen en gezinnen. Vandaag werk ik in een team waarin diversiteit centraal staat. Binnen CAW De Kempen is er bewust gekozen om een team samen te stellen op basis van etniciteit, taal en ervaring. Mijn collega’s zijn zelf geëmigreerd of zijn vluchteling en spreken Arabisch, Farsi, Dari,… Waar ik vroeger drie weken of zelfs langer voor nodig had, gebeurt nu in tien seconden. Mensen komen meteen tot verhaal omdat ze het in een taal kunnen doen die vertrouwd is. Dat is ook beschermjassen. 

Beschermjassen zijn de veilige omhullingen die een hulpverlener kan bieden aan een cliënt. Dat kan familie zijn, of iets wat daaraan herinnert. Het kunnen ‘ankers’ zijn die herinneren aan het vertrouwde van vroeger: rituelen, foto’s, geuren, voedsel,… Zo biedt men in een moeilijke fase van iemands leven een stuk veiligheid en warmte zoals in volgend voorbeeld: Ali is een Afghaanse jongen die verbleef in het lokaal opvanginitiatief. Hij had enorm veel last van hoofdpijn en kon moeilijk inslapen. De dokter gaf hem pijnstillers, maar natuurlijk ging de hoofdpijn niet weg. Op een dag kwam hij naar me toe en vertelde: ‘Ik heb in een klein winkeltje in Antwerpen dezelfde thee als in Afghanistan gevonden. Als ik die drink, dan gaat mijn hoofdpijn weg.’ Ali had zijn beschermjas, de Afghaanse thee, gevonden. Dit gaf hem opnieuw kracht. 

Beschermjassen heeft oog voor het verschil in ik -en wij gerichte families. Er zijn natuurlijk veel nuances in de manier waarop families over de hele wereld georganiseerd zijn. We leven nu eenmaal in een dynamische wereld waar voortdurend verandering plaatsvind. Kenmerken van de ik –gerichte families zijn vooral aanwezig in het westen terwijl de kenmerken van wij-gerichte families in de overige landen aanwezig zijn. Enkele kenmerken van wij-gerichte families zijn de familiecontinuïteit, gezagsdragers, rituelen. Als kind ontleen je je kracht en identiteit door bijdrage te leveren aan het systeem en niet meteen aan persoonlijke prestaties. Terwijl in ik-gerichte families individuele onafhankelijkheid, autonomie, zelfbeschikkingsrecht, zelfvervulling en privacy voorop staan. Kinderen worden opgevoed vanuit het autonomie-denken. Je kan je dus al voorstellen in welke ‘andere wereld’ vluchtelingenjongeren maar ook volwassenen terechtkomen. Ali mocht na een jaar OKAN-onderwijs kiezen welke studierichting hij wou doen. Enorm lastig zulke keuzes maken, zeker wanneer je dit nooit eerder hebt moeten doen. In overleg met de vervolgcoach koos hij voor een bakkersopleiding in het deeltijds onderwijs. Na enkele dagen ging hij niet meer naar school. Als zijn begeleider dacht ik eerst dat het kwam omwille van weer een nieuwe omgeving, nieuwe leerkrachten, enz. Door gepaste contextgerichte vragen te stellen, vertelde hij dat we nooit zijn moeder betrokken hadden in de keuze. Zijn moeder wou dat hij ging werken. Hij zat dus in een tweestrijd die we niet hadden ontdekt moesten we hiermee geen rekening gehouden hebben.

Vluchtelingen zijn enorm veerkrachtige mensen. Ze zijn tenslotte hier geraakt na weken –soms maanden- lang te zwerven door de bergen, dobberen op de zee, kilometers wandelen,… tot ze een plek hadden waar ze even konden landen.  Sommigen waren jong, anderen oud. De ene kwam alleen, de andere met hun hele gezin. 

Dé vluchteling bestaat niet. Ze hebben wel één ding gemeen en dat is dat ze ontworteld zijn. Als het ware uit hun vertrouwde grond gerukt en op een nieuwe grond gepland. Alles wat zo vertrouwd was, verdwenen. Niet alleen je job, je plaats in de familie, de mensen die je graag zag, maar ook de geuren, de wind, de omgeving, het eten,…

Naast het bewust zijn van je eigen familieverhaal is het belangrijk om te wisselen van perspectief. Wat zou jij nodig hebben moest je onttrokken worden uit de grond die zo vertrouwd was, gepland worden in een grond die je niet kent? Wat zou jouw boom nodig hebben om opnieuw te wortelen en te groeien? Zodat er op een dag opnieuw vruchten zouden groeien?

Wil je meer te weten komen over beschermjassen of heb je interesse in een training? Hou dan zeker m’n website in de gaten: www.groepspraktijkdynamiek.be  of vraag een training op maat.

 

Dit artikel werd geschreven door 
Griet Severeyns