Drempels die allochtone holebi’s ervaren bij coming in, met specifieke aandacht voor het genderperspectief: een explorerend kwalitatief onderzoek | Onderzoek

Dit verkennend onderzoek peilt naar de behoeften en drempels van allochtone holebi's met betrekking tot coming in/out. Dit gebeurt met specifieke aandacht voor genderaspecten. Het onderzoek liep in Antwerpen tussen juli en december 2011.

Een greep uit de conclusies:

  • Holebi’s van niet-Belgische origine worden geconfronteerd met een imperatief van zelfonthulling. Een coming-out wordt om diverse redenen dikwijls vermeden. En een coming-in ligt moeilijk als een coming-out er niet is.
  • Vooral de mogelijke sociale afkeuring van de omgeving maakt dat binnen de familie bepaalde zaken moeilijk liggen. Vaak gaat het om zaken die beschouwd worden als eerste drempels die genomen moeten worden alvorens het onderwerp van holebiseksualiteit – een ultiem taboe – aan bod kan komen. Alleen gaan wonen, een huwelijk uitstellen, geen kinderen hebben … het zijn allemaal zaken die vaak eerst bespreekbaar gemaakt moeten worden.
  • Bovenstaande taboes lijken vrouwen voor meer uitdagingen te plaatsen dan mannen. Het verwerven van (financiële) autonomie loopt vaak moeilijker voor meisjes, wat maakt dat minder vrouwelijke rolmodellen opstaan. Hierdoor houdt de onzichtbaarheid van deze groep zichzelf in stand.
  • De gevolgen van een coming-out kunnen ernstig zijn. Een verstoorde relatie met de eigen familie, verlies van sociaal netwerk of gevolgen voor de familie binnen de eigen etnische gemeenschap.
  • Ook nieuwkomers getuigen dat desondanks de geografische afstand met hun land van oorsprong, repercussies kunnen volgen wanneer zij geout zijn. Wat mogelijk als schaamte geïnterpreteerd wordt door buitenstaanders, is dus veel complexer.
  • Vrijwel alle respondenten geven aan dat ze belang hechten aan authentieke contacten met anderen. Dit betekent niet noodzakelijk dat men expliciet uit de kast komt tegenover de brede omgeving. Men kan hier selectief in zijn al naargelang de mogelijke gevolgen en de aard van de relatie met de ander. De eigen seksuele oriëntatie expliciet onuitgesproken laten, wordt niet noodzakelijk beleefd als een leugen leven.
  • De universele geldigheid van een coming-out wordt door de respondenten aan de kaak gesteld. Net zoals heteronormativiteit beperkend is voor holebi’s, geldt dit voor de imperatief van zelfonthulling bij sommige holebi’s. Indien men zelf geen invulling mag geven aan wat ‘bevrijdend’ werkt, is er van werkelijke emancipatie weinig sprake. Diverse invullingen van ‘coming-out’ moeten dus naast elkaar kunnen bestaan.
  • Individuele holebi’s kunnen niet opgezadeld worden met een verantwoordelijkheid naar een grotere groep, wanneer men die verantwoordelijkheid niet wil of kan nemen.
  • De voor- en nadelen van een gemengde gay scene (holebi/hetero, autochtoon/ allochtoon, homo/lesbisch) worden geëvalueerd zowel wat het risico op outing betreft als wat betreft het beantwoorden aan de eigen behoeftes. Op basis van de afwegingen die gemaakt worden, kunnen verenigingen mogelijk een specifieke rol vervullen naast de commerciële gay scene.

Wie voerde het uit?

Het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid

Lezen?

Klik hier en download de studie.